De zoogdieren worden beschreven als de ‘hogere dieren’ en ook de mensen zijn zoogdieren. 

Zoogdieren

Onder de ‘lagere dieren’ vallen de reptielen, vissen, amfibieën en ook de ongewervelden zoals vlinders en vliegen. De vogels vallen in principe onder de hogere dieren. Zoogdieren hebben meestal een vacht en haren en zijn de enige dieren die hun jongen met melk grootbrengen (zogen).

Indeling zoogdieren

In het verleden werden de zoogdieren ingedeeld naar wat de dieren eten. De tijgers, katten en honden en eten vlees en werden op basis daarvan ingedeeld in de Carnivora (vleeseters). Antilopen, zebra’s of paarden eten planten en werden ingedeeld in de Herbivora (planteneters). Muizen, ratten en cavia’s hebben twee scherpe lange voortanden om het voedsel kapot te knagen en werden ingedeeld in de Rodentia (knaagdieren).

Het lijkt logisch om zoogdieren in te delen op eenvoudige wijze wat een dier eet. Ook het lichaam van een zoogdier hangt af van het voedsel. Daarnaast is het ook logisch dat dieren die bijvoorbeeld gras eten ook in dezelfde omgeving leven. Graslanden zijn open gebieden en dit kan voor dieren een gevaarlijke omgeving zijn voor de roofdieren die er aanwezig zijn. De dieren hebben zich op een bepaalde manier ontwikkeld om zich te beschermen tegen gevaar. Dieren kunnen in kuddes leven en bij andere soorten is juist het mannetje van grotere omvang om het te kunne opnemen tegen een roofdier.

In de evolutie van de zoogdieren blijkt dat er een relatief snelle verandering kan plaatsvinden in het leefgebied of het voedsel. De geschiedenis vertelt dat zoogdieren experimenteren en in andere gebieden andere soorten voedsel ging eten. Bepaalde carnivoren gingen in de zee leven en vis eten. De visetende robben lijken op de grasetende zeekoeien.`

Kenmerken zoogdieren

Zoogdieren heb je in alle soorten en maten, maar een aantal kenmerken hebben ze gemeen. Zo ademen alle zoogdieren met behulp van de longen. Ook zoogdieren in zee zoals walvissen en dolfijnen moeten regelmatig boven water komen om adem te halen.

Haren

Het haar die vrijwel alle zoogdieren hebben is eveneens een belangrijk kenmerk van een zoogdier. Dankzij de vacht wordt warmte binnen, dan wel buiten gehouden. Zoogdieren zijn de enige dieren die haar hebben. Alleen walvissen en de naakte molrat hebben geen haren op hun lijf. Sommige zoogdieren lijken kaal te zijn - zoals de naaktkat (sphinx) en Mexicaanse naakthond - maar deze rassen hebben toch kleine, bijna onzichtbare, haartjes over hun lijf die vergelijkbaar zijn met de haartjes die mensen op hun armen hebben.

Er zijn ook zoogdieren waarbij de haren zijn ontwikkeld (of omgevormd) tot stekels die bescherming bieden tegen de vijanden.

De vacht van zoogdieren hebben de functie van effectieve warmteregeling. Door middel van spiertjes aan de haren kunnen de haren aangespannen worden, zodat er een isolerende laag luchtlaag ontstaat. Bij de walvissen of zeehonden is de isolerende functie niet geregeld via de haren maar door de onderliggende en onderhuidse vetlaag. Een andere functie van de haren bij zoogdieren is het verspreiden van geuren via de uiteinden van de huidklieren.

Tanden

Vissen en reptielen hebben tanden. Toch zijn de tanden bij de zoogdieren een absolute specialisatie. De insecteneters hebben veel en puntige tanden om de insecten te kunnen vermalen. Knaagdieren hebben scherpe en beitelvormige snijtanden. Woelmuizen hebben daarentegen sterke maalkiezen om het voedsel te pletten. Bij de roofdieren bestaan de tanden uit knipkiezen om het voedsel te verscheuren en door te snijden.

Klieren

De huidklieren van zoogdieren heeft met name de functie van onderlinge communicatie. Deze vorm van communicatie is bij zoogdieren verder ontwikkeld dan in vergelijking met andere diersoorten in de andere klassen van het dierenrijk. Binnen de zoogdieren kan er sprake zijn van een verfijnde wijze van het gebruik maken van de huidklieren en het verspreiden van geuren en stoffen.

De klieren bevinden zich op verschillende plekken op het lichaam van een zoogdieren. Bij roofdieren bevinden de klieren zich bij de anus. Bij reeën zitten de klieren tussen de hoeven.

Melkklieren zoogdieren

Het laatste en meest belangrijke kenmerk van zoogdieren is dat het de enige dieren zijn die hun jongen voeden met moedermelk die uit de tepels komt. Sommige zoogdieren hebben twee tepels, bijvoorbeeld paarden, en andere dieren wel 22, zoals bij een varken. Sommige zoogdieren geven maar kort melk aan hun jongen, maar er zijn ook dieren waar de jongen jarenlang afhankelijk zijn van de moedermelk.

Deze melk komt uit de melkklieren die zich bevindt in een tepel. De tepel of tepels bij zoogdieren bevinden zich tussen tussen de oksel en de lies en kan zowel aan de linker- als rechterkant van het lichaam zijn.

Lichaamstemperatuur zoogdieren

Alle zoogdieren zijn warmbloedig, wat inhoudt dat ze zelf hun temperatuur kunnen regelen en dus niet hoeven op te warmen in de zon. Hierdoor komen zoogdieren zelfs in de meest barre klimaten voor, in tegenstelling tot veel reptielen die de zon en warmte van een warm klimaat nodig hebben. Zoogdieren hebben verschillende manieren om met voedseltekorten of koude perioden om te gaan. Bepaalde soorten zoogdieren trekken naar warmere gebieden of gebieden met betere omstandigheden. Vogels trekken naar het zuiden, vleermuizen naar het zuidwesten van Europa en rendieren verplaatsen zich ook een bepaalde afstand afhankelijk van het seizoen. Een andere methode van bepaalde soorten zoogdieren om de winter te overleven is een winterslaap.

Winterslaap zoogdieren

Tijdens een winterslaap bij zoogdieren daalt de hartslag forst en neemt ademhaling aanzienlijk af in frequentie. De lichaamstemperatuur van een zoogdier neemt af tot een paar graden boven nul. Zoogdieren die onder andere een winterslaap houden zijn egels, hamsters, vleermuizen of een bruine beer.

Waarnemen van zoogdieren

Het waarnemen van dieren zoals vogels is relatief eenvoudig en gebeurt dagelijks. De meeste soorten zoogdieren laten zich niet snel zien. De kans vergroten om bepaalde soorten zoogdieren te spotten kan door middel van: sporen, zichtwaarneming, observeren, geluiden, braakballen, vallen of met camera’s.

Sporen

Dieren laten sporen achter als ze zich verplaatsen. Deze sporen bestaan uit voetsporen, uitwerpselen of voedsel sporen. Daarnaast zijn ook de woonplekken zoals de holen herkenbaar zoals van het konijn of de vos. Bij eekhoorns zijn de nesten in de bomen relatief goed te zien.

Zichtwaarneming

Met een wandeling door het bos bestaat de kans dat bepaalde soorten zoogdieren zich laten zien. De kans neemt toe als de schemering invalt en de dieren tevoorschijn komen. Ook in gebieden met verschillende terreinen zoals bos dat overgaat in een grasvlakte kan een zoogdier makkelijk gespot worden. De belangrijke factoren die meespelen zijn een rustig omgeving en de windrichting. Zoogdieren laten zich minder goed zien als er geuren in het gebied zijn die ze niet herkennen. Tegen de windrichting het gebied betreden vergroot de kans op het zien van een zoogdier.

Observeren

De soorten das en bever zijn vaak in de avondschemering zichtbaar bij hun holen. Belangrijk om deze dieren te spotten is om tijdig (ongeveer een uur) voor de avondschemering op locatie te gaan zitten. Het heeft de voorkeur dat er een klein beetje wind staat, zodat de geuren van de mens afgevoerd kunnen worden.

Geluiden

Bepaalde soorten zoogdieren maken geluiden en kunnen daardoor makkelijk gevonden worden. Spitsmuizen maken tijdens gevechten hoge geluiden en egels maken een piepend geluid tijdens de zomerdagen. Het geluid van vleermuizen is niet door de mens te horen maar kan met een speciaal apparaat waargenomen worden, waardoor de vleermuis gevonden kan worden.

Braakballen

Onder ander de muizen en uilen zijn zoogdieren die vanuit onverteerd voedsel braakballen maken. Door braakballen open te maken kan mogelijk herkend worden van welk soort zoogdier deze afkomstig is. Een uil eet bijvoorbeeld muizen, waardoor er muizenschedel in de braakbal aanwezig kan zijn.

Vallen

Met een inloopval kunnen zoogdieren gevangen worden. Bepaalde zoogdieren zijn beschermd en mag alleen een val gezet worden met een vergunning of ontheffing vanuit de Natuurbeschermingswet.

Camera

Er zijn verschillende soorten camera’s verkrijgbaar waarmee zoogdieren gefilmd kunnen worden. Onder ander met een bewegingsmelder kan op moment van passeren van een dier gefilmd of gefotografeerd worden. Ook zijn er camera’s verkrijgbaar die ‘s nachts met beperkt zicht mooie opnames kunnen maken.

Soorten zoogdieren

Er zijn ruim 5500 soorten, onderverdeeld in 1250 geslachten, ruim 150 families en bijna 30 ordes. Ze zijn heel klein zoals een muis of juist heel groot, zoals een nijlpaard. En alles daar tussen in. Zoogdieren komen bijna overal ter wereld voor. Ze hebben zich enorm goed aangepast aan de verschillende omstandigheden die er te vinden zijn. Zo leven sommige zoogdieren vrijwel uitsluitend hoog in de bomen, terwijl andere zoogdieren weer onder de grond leven. Zelfs in de zee komen zoogdieren voor. Denk maar eens aan de blauwe vinvis: dat is zelfs het grootste zoogdier op aarde!

Er zijn 28 ordes ondergebracht binnen de familie zoogdieren. Deze 28 ordes zijn weer verder uit te splitsen in vele families.

  • Orde Eierleggende zoogdieren (Monotremata)
  • Orde Opossums (Didelphimorphia)
  • Orde Opossummuizen (Paucituberculata)
  • Orde Microbiotheria
  • Orde Buidelmollen (Notoryctemorphia)
  • Orde Roofbuideldieren (Dasyuromorphia)
  • Orde Buideldassen (Peramelemorphia)
  • Orde Klimbuideldieren (Diprotodontia)
  • Orde Slurfdieren (Proboscidea)
  • Orde Zeekoeien (Sirenia)
  • Orde Klipdasachtigen (Hyracoidea)
  • Orde Buistandigen (Tubulidentata)
  • Orde Springspitsmuizen (Macroscelidea)
  • Orde Tenreks en goudmollen (Afrosoricida)
  • Orde Luiaards en miereneters (Pilosa)
  • Orde Gordeldierachtigen (Cingulata)
  • Orde Insecteneters (Eulipotyphla)
  • Orde Vleermuizen (Chiroptera)
  • Orde Schubdierachtigen (Pholidota)
  • Orde Roofdieren (Carnivora)
  • Orde Onevenhoevigen (Perissodactyla)
  • Orde Evenhoevigen (Artiodactyla)
  • Orde Walvissen (Cetacea)
  • Orde Haasachtigen (Lagomorpha)
  • Orde Knaagdieren (Rodentia)
  • Orde Toepaja's (Scandentia)
  • Orde Huidvliegers (Dermoptera)
  • Orde Primaten (Primates)

Soorten

Zoogdieren (Mammalia) behoren tot de groep gewervelden en hoewel het zeker niet de grootste groep uit het dierenrijk is, behoren sommige zoogdieren tot de meest bekende dieren op aarde. Al op jonge leeftijd leren we zoogdieren als beren, olifanten, giraffen, koeien, varkens, katten en honden kennen. Het bekendste zoogdier zijn we zelf: mensen behoren ook tot deze groep. Een bijzonder zoogdier soort is het Vogelsbekdier.

Het grootste landdier is de Afrikaanse of savanneolifant. Het kleinste landdier is lastiger te bepalen. Omdat ze zo klein zijn, worden er nog steeds kleine zoogdieren ontdekt. Waarschijnlijk is de varkensneusvleermuis, of hommelvleermuis het kleinste zoogdier op aarde. Dit vliegende zoogdiertje wordt maar zo’n 3 centimeter groot en is dus niet veel groter dan een vingerkootje van een volwassen mens.

Voedsel

Zoogdieren zijn onder te verdelen in:

  • Carnivoren – vleeseters
  • Herbivoren – planteneters
  • Omnivoren – alleseters

Alleen vampiervleermuizen vallen hier buiten: deze voeden zich met het bloed van dieren. Ook zijn er zoogdieren die zich hebben gespecialiseerd in het eten van insecten. Deze dieren noem je insectivoren.

Vleesetende zoogdieren hebben een ander gebit dan planteneters. Carnivoren hebben knipkiezen die het vlees makkelijker kunnen verwerken. Daarnaast hebben ze een korter verteringsstelsel dan omnivoren omdat vlees makkelijker verteerd dan veel plantensoorten. Denk maar eens aan de vier magen van de grasetende koe.

We spreken van een omnivoor als het dier meer dan 5% van zijn dieet uit plantaardig voedsel haalt. Een goed voorbeeld is de beer die zowel vis, vlees als bessen en honing lust. Sommige beren zijn echter weer planteneters, zoals de pandabeer die alleen bamboe lust.

Voortplanting

De meeste jonge zoogdieren worden geboren in een periode dat er veel voedsel te vinden is. Veel zoogdieren zijn minder vruchtbaar of bereid tot paren in periodes van voedselschaarste. Dit komt doordat het dragen en zogen van jongen veel energie vraagt van de moederdieren. Veel zoogdieren kennen een hoge mate van ouderzorg: de jonge dieren blijven nog lang in de buurt van de ouder(s) en zijn daarmee concurrenten in de hoeveelheid voedsel die voorhanden is. Ze worden in deze periode verzorgd en begeleid in hun stappen op weg naar volwassenheid.

Tijdens het opgroeien spelen de jonge dieren veel. Dit is een vrij unieke eigenschap van zoogdieren die verder alleen bij vogels wordt waargenomen. Tijdens het spel leren de jonge dieren onbewust handelingen en technieken die later in hun volwassen leven van pas komen. Denk maar eens aan een jonge leeuw die zijn broertjes en zusjes besluipt en bespringt. Deze technieken komen later goed van pas tijdens de jacht. Of een jonge olifant die met zijn slurf speelt: hierdoor wordt de slurf steeds sterker en de olifant steeds handiger in het gebruik van die lange neus.

De dieren worden niet alleen fysiek wijzer. Sociaal gedrag is ook een vaardigheid die door te spelen wordt aangeleerd. Mensen zijn zoogdieren en kinderen kijken ter inspiratie goed naar hun ouders. Niet voor niets is vadertje-moedertje een eeuwenoud geliefd spelletje van kinderen.

Zoogdieren kennen een draagtijd van 16 dagen tot 22 maanden. Vrijwel alle zoogdieren worden levend geboren, maar zoals altijd zijn er uitzonderingen. Vogelbekdieren en mierenegels zijn de enige zoogdieren die eieren leggen.

Geschiedenis zoogdieren

Het ontstaan van de zoogdieren begint al meer dan 300 miljoen jaar geleden. In die periode kwamen er twee hagedisachtige soorten voor op aarde, die zich afgesplitst hadden van de Amniota. Deze twee soorten zouden zich verder gaan ontwikkelen. De ene soort ontwikkelde de lijn waaruit de vogels en reptielen voortkwamen en de andere tot de lijn van de zoogdieren. Deze ontwikkeling verliep ongeveer parallel aan elkaar.

De geschiedenis van de ontwikkeling van de zoogdieren is er een van diepe dalen en grote hoogtepunten. Lange tijd waren de reptielen machtiger, denk maar aan het tijdperk van de dinosauriërs. Grote successen in de ontwikkeling werden afgewisseld met periodes waarin veel soorten massaal uitstierven. De voorouders van onze huidige zoogdieren kenden een enorme bloeiperiode na het massale uitsterven van de dinosauriërs, maar zijn evengoed relatief kort geleden – zo’n 50 tot 10 duizend jaar geleden -vrijwel uitgestorven. Binnen de ordes die toen leefden kwamen nog steeds bekende dieren voor zoals de wolharige neushoorn, de mammoet en de holenbeer.