Ree (Capreolus capreolus)

De ree komt bijna in heel Europa voor behalve in het noorden van Scandinavië, IJsland en in Ierland. In Ierland komt de ree waarschijnlijk niet meer voor, ondanks dat het dier ingevoerd is in het land. Naar het oosten is de ree tot Midden-Azie verspreid.

De ree valt onder de familie ‘hertachtigen’, deze familie valt weer onder de orde ‘evenhoevigen’ en de klasse ‘zoogdieren. Onder de hertachtigen vallen niet allen de reeën maar ook het edelhert en het damhert. Een mannetjes ree noemt men een bok en een vrouwtjes ree een geit.

Gewei ree

De ree heeft een gewei. De grootte van het gewei is in het oosten van Europa en nog verder in Azië groter dan bij ons in west Europa. Niet alleen het gewei kent een groter omvang maar ook het gewicht van de ree neemt toe naarmate we verder naar het oosten gaan. Het gewicht van een ree in oost Azië is ruim twee keer zo groot als in Nederland. In Nederland is het gewicht van de ree ongeveer 20 kilo en in Midden Azië tot 50 kilo.

Het gewei wordt gedragen door de bok (het mannetje) en zijn in het eerste jaar kleine knobbeltjes. In januari valt het gewei eraf en wordt het een spitse en stevige stang van meer dan 10 centimeter. In het tweede levensjaar heeft de bok een gaffelgewei met vertakkingen aan de voorzijde. Een volwassen ree heeft een zestandig gewei. Dus aan beide kanten drie vertakkingen in het gewei.

Kenmerken

De lichaamslengte varieert tussen de 95 en 140 centimeter en een staart van 1 á 2 centimeter. De start is zeer klein en ook nauwelijks zichtbaar. De schofthoogte is tussen de 60 en 90 centimeter hoog. De kleur van de vacht van bruin, naar rossig tot leemkleurig. Een ree is te herkennen aan een bruine pels met witte vlekken. In de zomer wordt de vacht dun en glad. In de winter wordt de vacht donkerder, dikker en ruiger.

Spiegel ree

Rond de staart heeft de ree een niervormig kleurde spiegel. Bij geiten is dit een hartvormige spiegel en hangen er meer lange haren aan. De spiegel van een ree is het achterwerk. De spiegel van een ree is bedoeld om soortgenoten te waarschuwen. Doordat de haren wijdt gespreid worden rond de spiegel en fel oplichten kunnen andere reeën dit zien. Na deze waarschuwing kan een ree op de vlucht slaan.

Voorplanting reeën

Een ree is in het tweede jaar geslachtsrijp en de geit wordt dan een smalree genoemd. Meestal werpt de geit in dit jaar één jongen. Een ree van drie jaar of ouder werpt meestal twee jongen. De bronstijd ook wel bladtijd genoemd is in de laatste weken van juli of de eerste weken van augustus. De bok gaat op zoek naar de bronstige geit en volgt de sporen van de geit en achtervolgt haar langdurig. De geit maakt geluid een soort fluitend pieew.. Dit geluid noemt men fiepen.

De bok dekt de geit meerdere keren en blijft zolang de geit bronstig is. Bronstig betekent dat het dier verlangen heeft om te paren. Het werpen wordt op een rustig en beschutte plek gedaan en dit gebeurt vaak in mei. Een ree heeft een draagtijd van 9 tot 9,5 maanden.