Woelmuizen (Arvicolinae)

Woelmuizen komen voornamelijk op het noordelijk halfrond voor en zijn een onderfamilie van de Woelmuisachtigen (Cricetidae), oftewel de familie hamsters, woelmuizen en muizen en ratten van de Nieuwe Wereld. Woelmuizen kennen zo’n 144 levende soorten, waarvan ongeveer 25 soorten in Europa voorkomen. Het is een grote onderfamilie waarvan de verschillende soorten lastig te onderscheiden zijn.

Bekende woelmuizen zijn de:

  • • Aardmuis
  • • Rosse woelmuis
  • • Veldmuis
  • • Noordse woelmuis
  • • Woelrat
  • • Ondergrondse woelmuis
  • • Muskusrat
  • • Berglemming
  • • Sneeuwmuis

Hoewel de woelmuizen lastig te onderscheiden zijn op basis van hun uiterlijk, vertelt hun leefgebied wat meer over ze. Sommigen leven vrijwel geheel onder de grond, zoals de ondergrondse woelmuis, terwijl anderen alleen hun hol onder de grond maken. Aardmuizen houden van redelijk vochtige gebieden zoals graslanden, vochtige heides en moerassen terwijl de veldmuis juist liever droge gebieden met kort gras opzoekt. De rosse woelmuis zoekt beschutting in houtwallen en heggen. Ook in bergachtige gebieden boven de boomgrens komen ze voor, onder andere de berglemming en sneeuwmuis kom je daar tegen. De woelrat komt vooral voor langs schoon en stilstaand zoet water en wordt daarom ook wel waterrat genoemd. De muskusrat - net als de woelrat, geen echte rat - is ook een uitstekende zwemmer en duiker.

Kenmerken

Bij woelmuizen is de staart altijd korter dan de lengte van het lichaam. Ze hebben een gedrongen bouw en een stompe kop. De vacht is dicht en zacht. Het zijn gravers die ook kunnen zwemmen, vooral muskusratten, woelratten en de Noordse woelmuis staan hierom bekend. Vrijwel alle woelmuizen zijn zowel ’s nachts als overdag actief. In de zomer zijn ze ’s nachts actiever dan in de winter.

Woelmuizen kiezen voornamelijk voor een hol onder de grond met een gangenstelsel en soms een voorraadkamer voor voedsel. Hun nestje bekleden ze met mossen, grassen en andere zachte materialen. Zomers slapen ze ook wel boven de grond in eenvoudig gemaakte nesten. Rondom een nest gebruiken woelmuizen vaste gangen en paadjes door de beplanting.

Voedsel Woelmuizen

De verschillende woelmuizen hebben verschillende voorkeuren in hun voedsel, maar het overgrote deel van het dieet bestaat uit plantaardig eten. Van vruchten, bladeren, knoppen, noten en zaden tot boomschors, grassen, mossen paddenstoelen en granen. Enkele woelmuizen vullen hun menu aan met wormen, insecten en spinnen.

Sommigen bouwen een voedselvoorraadje op in boomholten, vogelnesten en onder takken. Of ze maken een voorraadkamer in het ondergrondse hol. In tijden van schaarste gaan woelmuizen spaarzaam met hun voedselvoorraad om.

Voorplanting

Woelmuizen zijn snelle voortplanters. Ze zijn al een paar weken na de geboorte vruchtbaar, hebben slechts een korte dracht en meerdere nestjes per jaar. Per keer worden er bovendien meerdere jongen geboren. Daar staat tegenover dat woelmuizen niet oud worden. Zeker in het wild hebben ze veel te duchten van natuurlijke vijanden als roofvogels zoals uil, torenvalk en sperwer en kleine roofdieren zoals vos, wezel en hermelijn. Ook huiskatten jagen op woelmuizen.

Sommige woelmuizen, zoals de muskusrat, worden gezien als plaagdier omdat ze schade toebrengen aan tuinen of oevers. Ze worden daarom bestreden. De meeste woelmuizen komen vrij algemeen voor, maar de ondergrondse woelmuis is vrij zeldzaam en de Noordse woelmuis is zelfs beschermd omdat hij zo sporadisch voorkomt.