Dwergotters (Aonyx cinereus)

Otters zijn vrolijke, speelse dieren die graag in familieverband of groepen leven. Ze communiceren met geluiden en geuren. De kleinste soort, de dwergotter, vormt daar geen uitzondering op. De dwergotter (Aonyx cinerea) wordt ook wel kleinklauwotter of sero genoemd.

In het wild leven dwergotters alleen in Azië, in de zoetwatergebieden van India, China, Indonesie en de Fillipijnen. Hier kom je ze tegen in moerassen, mangroves, rivieren, meren en overstroomde rijstvelden. Ze houden van ontoegankelijke, rijk begroeide oevers.

Kenmerken

De dwergotter heeft een relatief lang en gestroomlijnd lijf (55 centimeter) en korte pootjes. Zijn staart is ongeveer dertig centimeter lang. Hij weegt ongeveer 3 kilo.

Hun kop en lijf is aangepast aan het leven in het water. De kleine, ronde oortjes kunnen met een soort klep afgesloten worden voor water. Ook de neus sluit zich af tijdens het duiken of een snelle achtervolging van een prooi. Tussen de tenen hebben otters zwemvliezen, waarmee ze kunnen peddelen tijdens het zwemmen. Zodra hij haast krijgt, vouwt hij zijn poten tegen zijn lijf en maakt hij met lijf en staart slangachtige bewegingen om pijlsnel door het water te schieten.

De vacht van de dwergotter is extra isolerend omdat hij geen vetlaag heeft om zich te beschermen tegen de kou. Tussen de dichte ondervacht en de lange, gladde bovenvacht zit een luchtlaag die isolerend werkt. Tijdens het zwemmen, ontstaan hierdoor soms luchtbelletjes waarmee de otter wel eens zijn positie onder water verraadt. Naast de luchtlaag houdt hij zijn vacht vet als extra bescherming tegen kou en water.

Dwergotters kunnen 15 jaar worden.

Voedsel

Dwergotters eten eigenlijk maar weinig vis. Ze leven voornamelijk op een menu van andere waterdieren zoals kreeftachtigen, schelpdieren en kikkers. Om de schelpen te kunnen breken hebben ze een scherp en krachtig gebit. Daarnaast eten ze eieren, kuikens en ander vlees. Onder water speurt hij prooien op met zijn gevoelige snorharen die trillingen waarnemen. Met zijn handige voorpoten graaft hij schelpdieren en kreeftachtigen uit de bodem.

Kleine prooien eet hij direct in het water op. Hij ligt dan op zijn rug in het water en houdt de prooi met zijn voorpoten vast. Voor grotere prooien gaat hij toch even, via zijn vaste looproutes, naar de wal. Bij zo’n otteropgang zijn vaak sporen van zijn prooien te vinden. Dwergotters hebben een vast jachtgebied.

Voortplanting

Dwergotters vormen samen een paar die na worp samen de jongen opvoeden. Per keer krijgt een paartje 2 tot 6 jongen. De meeste jongen worden geboren in het voorjaar en de zomer, maar in gunstige omstandigheden zijn ze het hele jaar vruchtbaar.

Dwergotters zijn zoogdieren, dus de jongen worden gezoogd door moeder. Na ongeveer 10 weken zijn de jongen klaar om voor het eerst te gaan zwemmen. Na ongeveer een jaar verlaten ze in het voorjaar hun ouders en zoeken ze zelf een territorium.